Het merendeel van de bruggen over het 68 kilometer lange Wilhelminakanaal is uitgevoerd als basculebrug, in de volksmond ook wel ophaal- of klapbrug genoemd. De basculebrug is door een contragewicht perfect in balans. Er is dus heel weinig energie en tijd nodig om dit type brug te bedienen. Aan het Wilhelminakanaal zie je naast de basculebrug ook de draaibrug, de hefbrug, de spoorburg en het viaduct.

Het voordeel van basculebruggen is de vrije doorvaarthoogte, destijds belangrijk voor de zeil- en stoomschepen. Immers, voor een vaste brug of een hefbrug moest de mast c.q. stoomschoorsteen gestreken worden.